Windenergie EU–landen groeit naar 64%

24 jul 2014

Tempo maken en afspraken nakomen voor Nederland van belang

De Europese Wind Energie Associatie (EWEA) verwacht dat in de landen van de Europese Unie komende 7 jaar in totaal 75 GW aan nieuw windenergie-vermogen wordt bijgeplaatst; een stijging van 64% ten opzichte van nu. In totaal staat in 2020 dan 192.4 GW opgesteld. Om de verwachtingen voor Nederland waar te maken zijn volgens de Nederlandse Wind Energie Associatie (NWEA) tempo, bestuurlijke stabiliteit en het nakomen van afspraken noodzakelijk.

Al die Europese windturbines samen leveren 441,7 TWh elektriciteit in 2020, bijna 15% van de totale vraag in de EU. Dat is bijna evenveel als 4 keer het huidige totale Nederlandse elektriciteitsverbruik.

 

Deze cijfers blijken uit het nieuwe groeiscenario dat EWEA heeft opgesteld. In dit scenario is rekening gehouden met de langdurige economische crisis sinds 2009 en met de onzekerheid door veranderend beleid en regelgeving in een aantal Europese landen, aldus Justin Wilkes, plaatsvervangend chief executive officer van EWEA.

In totaal zal naar verwachting in 2020 in de EU-lidstaten 192.4 GW aan opgesteld vermogen staan; offshore wind neemt daarvan 23.5 GW voor zijn rekening. Met de bouw van de nieuwe windparken is tot 2020 een investering van ongeveer €124 miljard gemoeid. Er komen 100.000 extra banen bij.

Landen als Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië en Polen gelden komende jaren als landen met de grootste groei aan wind op land, blijkt uit de EWEA-cijfers. De Nederlandse doelstelling voor wind op land van 6.000 MW (6 GW) in 2020 vormt de basis van het bestuursakkoord tussen Rijk en provincies en is ook uitgangspunt in het vorig jaar vastgestelde Energieakkoord. Voorzichtigheidshalve gaat EWEA Voor 2020 voor Nederland uit van ‘slechts’ 4.000 MW daadwerkelijk geïnstalleerd in 2020. Ton Hirdes, directeur van NWEA (Nederlandse Wind Energie Associatie): “EWEA verwacht voorzichtigheidshalve dat een deel van de projecten pas in de jaren kort na 2020 elektriciteit zullen leveren, maar meer is wel degelijk mogelijk. Hier ligt een belangrijke opgave voor de Rijksoverheid en de provincies: om 6.000 MW waar te maken zijn tempo, bestuurlijke stabiliteit en het nakomen van afspraken noodzakelijk.”

Hij wijst erop dat de onzekerheid rond beleid en regelgeving die in verschillende Europese landen speelt in Nederland minder aan de orde is: “Met het Bestuursakkoord Rijk en Provincies en het Energieakkoord zijn in Nederland voor een langere periode de uitgangspunten vastgelegd; ook staat de financiële ondersteuning – de SDE+ – niet ter discussie zoals in andere landen. Stabiliteit, blijkt ook uit het verhaal van EWEA, is van wezenlijk belang om windenergie van de grond te krijgen. De ontwikkeling van een windpark kost immers al snel vijf tot zeven jaar.”

 “Voor offshore wind is er vertrouwen in de Britse en Duitse markt en kan de snellere groei in Frankrijk en Nederland ervoor zorgen dat offshore een push krijgt”, meent Wilkes (EWEA). “Offshore blijft het snelst groeiende deel van de energiesector in Europa op dit moment.”

Nederland heeft plannen voor 4.500 MW offshore wind in 2023. Volgens het Energieakkoord zou daarvan in 2020 2.000 MW geïnstalleerd moeten zijn. Hirdes: “EWEA rekent met minstens 1.400 MW operationeel in 2020; in hun hoogste groeiscenario wordt van 2.000 MW uitgegaan. Die 2.000 MW is dus zeker mogelijk, mits er tempo wordt gemaakt met het maken van beleid en het uitzetten van tenders voor offshore wind. De overheid zou daartoe volgend jaar al een eerste tender moeten uitschrijven.”

 

Bron: http://www.windenergie-nieuws.nl/24/windenergie-eu-landen-groeit-naar-64/

 

Nieuwsarchief