Uit smart grid proeftuinen kan in 2015 flink worden geoogst

14 jan 2015

2015 wordt een belangrijk oogstjaar voor smart grid projecten. Dit jaar zullen er namelijk de nodige resultaten uit diverse proeftuinen vrij komen. Dat verwacht sustainable energy technology student Minke Goes van de TU Eindhoven, die op verzoek van Netbeheer Nederland een overzicht heeft gemaakt van de bijna tachtig slimme-netten-proeven die er gaande zijn.

Goes turfde in de laatste maanden van 2014, toen zij haar onderzoek deed, om precies te zijn 79 smart grid projecten in Nederland die tot dan toe waren opgezet. Duidelijk is meteen dat de definitie van een smart grid project anno 2015 een brede is: veel projecten richten zich op het slim sturen van de energievraag en de acceptatie daarvan door consumenten, andere projecten richten zich vooral op netmanagement (met een focus op bijvoorbeeld micronetten of gelijkspanning), en sommige weer op integratie van nieuwe apparaten zoals warmtepompen of zonnepanelen in een net.

In andere proeftuinen wordt vooral onderzocht wat de impact van elektrisch vervoer zal zijn, hoe data gemanaged kunnen worden of wat er speelt rond regelgeving en markt. Het aspect van regelgeving en marktwerking komt overigens nog weinig aan bod, merkte Goes op. Verder zit er veel verschil in gebruikte onderzoeksmethodes en situaties. De overeenkomsten lijken er vooral in te zitten dat de focus nog altijd erg technisch is, en bovendien op huishoudens gericht is.

Dat herkent manager innovatie Else Veldman van Enexis, die vorig jaar promoveerde op de belasting van de toekomstige huishoudelijke elektricteitsvraag op de distributienetten (uitkomst: vraagsturing kan de pieklast in distributienetten significant verminderen en hiermee kunnen netverzwaringskosten met  45% tot 65% worden beperkt). Toen zij in 2008 aan haar promotieonderzoek begon, werd er "nog heel erg technisch, vanuit de rol van netbeheerder", naar smart grids gekeken, stelt Veldman. "Het draaide nog erg om op afstand te kunnen schakelen. Er werden simulaties gemaakt en er is gekeken hoeveel netcapaciteit er nodig zou zijn over dertig jaar en hoeveel investeringen er dan nodig waren."
Netbeheerders en universiteiten trekken nu de meeste smart grid-karren, en Alliander als netbedrijf is bij de meeste proeftuinen betrokken. (Bron: Minke Goes)

Wel merkt zij ook op dat er inmiddels een verschuiving is opgetreden. De hele strikte, technische invalshoek is losgelaten. "Een smart grid wordt nu breder bekeken. Het gaat ook om de ICT-laag, en om de verschillende rollen die verschillende partijen kunnen spelen. En wat het gedrag van de consument is." Zo wordt er ook gekeken naar "nieuw soort markten", vult Goes aan. "Er wordt geëxperimenteerd met dynamische tarieven, die kunnen leiden tot nieuwe business voor marktpartijen."

Goes was nog strikt in haar definitie van smart grids: ze had op basis van informatie die ze verwierf via Netbeheer Nederland, Eurelectric en het Joint Research Centre ook tot een lijst van "120 tot 130" Nederlandse projecten kunnen komen. "Sommige projecten bleken echter alleen maar om energiebewustwording te draaien, of enkel om de uitrol van slimme meters te gaan, of het plaatsen van een betere trafo." Dergelijke proeftuinen haalden de Goes-longlist niet: haar 'eis' is dat er in ieder geval door het toevoegen van ICT "informatie uit een net kan worden gehaald, die bij de juiste partijen wordt gebracht, zodat het net slimmer kan worden gebruikt".

'Nog technisch feestje'
Van de tientallen projecten die er overbleven, lopen er veel dit jaar af. Volgens Goes is er onder betrokkenen nu behoefte aan overzicht. "Iedereen is nu nog heel erg bezig met zijn eigen project, maar wil wel weten hoe dat past in het grote plaatje. Betrokken partijen willen graag van elkaar leren."

Die partijen zijn met name nog netbeheerders en de twee technische universiteiten, constateert Goes. "Die zijn nog dominant." Daarnaast werken consultantspartijen als DNV GL, TNO en ECN vaak mee en verder partijen als ABB, IBM of autobedrijven -als de impact van elektrisch rijden wordt bekeken. "Het is nog best een technisch feestje", vindt Goes, ook al ligt de onderzoeksfocus tegenwoordig dus breder dan de aansturing van een net.

De meeste proeftuinen richten zich nog op huishoudens en niet op industrie, zo blijkt. Ook wordt er vooral gefocust op "de flexibiliteit van het net", aldus Goes. Daar heeft Veldman een eenduidige verklaring voor: "Die flexibiliteit vertegenwoordigt een waarde voor netbeheerders." De flexibiliteit in de huishoudelijke vraag komt bij huishoudens "niet vanzelf beschikbaar", aldus Veldman, "in de industrie is dit makkelijker te bereiken".

Anderhalf jaar geleden kwam Enexis met een publieke presentatie naar buiten met de eerste resultaten van de Zwolse en Bredase proeftuinen Jouw Energie Moment. Bij die proeftuin staat het gedrag van de consument centraal en wordt er gewerkt met dynamische leverings- én netwerktarieven. Het wordt zaak, nu de resultaten op bredere schaal los gaan komen, dat betrokken partijen "interactie en dialoog aan gaan", vindt Goes. "Niet alleen op managementniveau, maar ook de mensen die met de pilots bezig zijn moeten bij elkaar worden gebracht."

Proeftuinkennis delen
Haar overzicht zou een basis kunnen bieden voor een op te richten kennisplatform, hoopt ze. Er vinden inmiddels gesprekken plaats om te kijken hoe kennis uit de proeftuinen kan worden gedeeld, tussen netbeheerders onderling en vanuit netbeheerders naar andere betrokkenen zoals marktpartijen, woningbouwcorporaties en energiecoöperaties. "Dan krijgen netbeheerders door waar ze allemaal mee bezig zijn en kunnen we zorgen dat het naar de buitenwereld transparanter wordt wat netbeheerders doen. Dan wordt duidelijk dat netbeheerders niet de vijand zijn maar willen meedenken."

Toekomstige, grotere proeftuinen zullen complexer van aard worden, verwachten Veldman en Goes. Goes: "Nu wordt nog geprobeerd vrij basale vragen te beantwoorden: wil een consument zijn wasmachine aanzetten als de zon schijnt? Straks zal er meer naar real life worden gegaan, bijvoorbeeld door in een proef warmtepompen of zonnepanelen van verschillende merken in te zetten. En commerciële partijen zullen misschien eigen proefmodellen ontwikkelen en hun resultaten niet willen delen." En er zal mogelijk meer onderzoek komen naar de flexibiliteit binnen industrie en bedrijven, oppert ze. Veldman verwacht ook dat er vanuit gemeentes, provincies en energiecoöperaties meer initiatieven zullen ontstaan, waar netbeheerders een rol bij kunnen spelen. "Hoe kun je een partij helpen om zijn doel te halen en het net daarvoor goed in te richten?"

En op het vlak van consumenten, wet- en regelgeving en de rolverdeling van verschillende partijen liggen dus vele onbeantwoorde onderzoeksvragen te wachten, aldus Veldman. "Er zijn nog veel vragen te beantwoorden. De maatschappij verandert, en de consument verandert, bijvoorbeeld wat betreft data. Een consument is niet anders meer gewend dan dat data overal beschikbaar zijn. Hoe ga je daar mee om, hoe zorg je dat je het net daarvoor betrouwbaar inricht? De behoeftes en wensen van klanten worden steeds belangrijker. Dat bepaalt ook de richting die smart grids opgaan."

Bron: Energeia

Nieuwsarchief