Rijk beperkt omvang windpark Veenkoloniën

09 jan 2014

De omvang van het windpark in de gemeenten Aa en Hunze en Borger-Odoorn zal 150 MW bedragen. Het Rijk wil de drie locaties voor windmolens uit de Gebiedsvisie windenergie Drenthe als eerste bekijken.

In het noordelijke deel van het zoekgebied (gemeenten Aa en Hunze en Borger-Odoorn) houdt het Rijk de regie (Rijkscoördinatieregeling).Zij heeft de afgelopen tijd intensieve gesprekken gevoerd met de provincie en de initiatiefnemers van het windpark om te komen tot nadere afspraken. Gedeputeerde Rein Munniksma: "Belangrijke uitgangspunten voor ons waren de drie locaties (twee in Borger-Odoorn en één in Aa en Hunze) en de inzichten uit de gebiedsvisie, alsmede de maximale omvang. Daarin zijn flinke stappen gezet. De begrenzing van de omvang is afgenomen naar 150 MW. Dat is nog steeds meer dan we in dit deel van de Veenkoloniën wilden, maar het positieve is dat de megaparken van 400 tot 600 MW hiermee van de baan zijn. Minister Kamp spant zich bovendien in om de drie locaties uit onze gebiedsvisie als eerste stap te verkennen."

In het zuidelijk deel van het zoekgebied (gemeenten Emmen en Coevorden) voert de provincie de regie en gaat samen met beide gemeenten verder met de voorbereidende werkzaamheden voor de resterende opgave voor windenergie van 135,5 MW. Voor 1 januari 2015 moeten Provinciale Staten besluiten waar deze opgave planologisch wordt ingevuld.

De resterende 135,5 MW kan naar opvatting van Minister Kamp in de gemeenten Emmen en Coevorden komen. De provincie zal in een gezamenlijk proces met de vier bij de gebiedsvisie betrokken gemeenten invulling geven aan die opdracht.

Mocht de provincie onvoldoende uitzicht bieden op het realiseren van deze taakstelling, dan kan het Rijk het tekort tot een maximum van 35,5 MW in het noordelijk deel van het zoekgebied compenseren. De omvang van het windpark kan hiermee maximaal 185,5 MW worden.

Gedeputeerde staten beseffen terdege dat de windmolens veel emoties in het gebied oproepen. "Onze inzet blijft er dan ook op gericht om de windmolens zo goed mogelijk in het landschap in te passen. Zowel de Structuurvisie Windenergie op Land als onze gebiedsvisie benoemen hiervoor een aantal aandachtspunten, zoals geluidshinder, slagschaduw, beschermd dorpsgezicht Annerveenschekanaal en de wisselwerking tussen locaties. We spannen ons in om tegemoet te komen aan de zorgen omtrent gezondheid, veiligheid en leefbaarheid in het gebied, aldus Munniksma. Het RIVM zal in januari de resultaten van de studie over de effecten van geluid op de gezondheid van de omwonenden van windmolens presenteren.

Gedeputeerde Henk van de Boer doet een appèl op de energiesector om door te gaan met de innovatie van windmolens op land: "Wat mij betreft werken we samen met de initiatiefnemers van het windpark en het Rijk om in Drenthe de nieuwste generatie windmolens neer te zetten. Daarbij wordt ook gekeken naar het creëren van nieuwe werkgelegenheid en scholingsbehoefte."

Stuurgroep Drentse Veenkoloniën

Voor de verdere uitwerking van de plannen stelt het Rijk de Stuurgroep Drentse Veenkoloniën in. De Stuurgroep zal zorgen voor de afronding van een zorgvuldige milieueffectrapportage om keuzes te kunnen maken tussen opstellingsvarianten van windmolens. Ook de informatievoorziening voor de bewoners in en rondom het gebied en de verdere invulling van gebiedsontwikkeling en participatie is onderdeel van de opdracht.

Drentse opgave windenergie

In januari 2013 hebben de provincies, vertegenwoordigd door IPO, een akkoord bereikt met het Rijk over het realiseren van windenergie op land, als onderdeel van het energie-akkoord SER. Voor de provincie Drenthe betekent deze afspraak dat zij 285,5 MW windenergie zal realiseren voor eind 2020. In juni 2013 heeft de provincie Drenthe de Gebiedsvisie windenergie Drenthe vastgesteld. In deze gebiedsvisie wordt het zoekgebied voor de ontwikkeling van windenergie in Drenthe verder uitgewerkt op basis van ruimtelijke ontwerpuitgangspunten. Ook is vastgelegd hoe de Drentse overheden de realisatie van 285,5 MW waarborgen.

Bron: Provincie Drenthe

Nieuwsarchief