Minister Kamp gunt Friesland en Groningen extra tijd voor windplannen

22 mei 2014

Minister Henk Kamp van Economische Zaken is bereid de provincies Groningen en Friesland wat extra tijd te geven om hun ruimtelijke plannen voor wind op land op orde te krijgen. De Tweede Kamer had daar in moties om gevraagd. Kamp wil echter niet de regie nemen over een gedragscode voor burgerparticipatie bij wind-op-landprojecten, waar ook om werd gevraagd in een motie. Zo'n code hoort toch echt door de sector zelf gemaakt te worden, vindt de minister.

Groningen

De provincie Groningen heeft drie locaties aangewezen voor grootschalige windenergie op land, die ook alle drie in de rijksstructuurvisie Wind op land zijn opgenomen. Over een van die locaties, langs de snelweg N33, heeft Groningen inmiddels wat twijfels. De provincie wil daarom een alternatieve locatie onderzoeken, die buiten de rijksstructuurvisie valt. Een motie van Albert de Vries (PVDA) en Paulus Jansen (SP) verzocht het kabinet om Groningen die ruimte te geven.

Kamp geeft Groningen tot 1 september de tijd om een alternatief voor windpark N33 te onderzoeken, schrijft hij in reactie op die motie. Als dat alternatief inderdaad een betere optie blijkt te zijn, dan krijgt de provincie vervolgens nog tot 1 januari 2015 om de alternatieve locatie uit te werken en vast te leggen in een provinciaal besluit. Andere provincies moeten uiterlijk 30 juni hun ruimtelijke plannen voor windenergie definitief hebben vastgesteld.

Friesland

Een vergelijkbare toezegging doet Kamp voor Friesland. Deze provincie moet 530,5 MW realiseren en daarvoor wilde Friesland volledig inzetten op een locatie in het IJsselmeer, waar wat de provincie betreft een windpark van maximaal 400 MW kan komen. Met de bestaande windparken zou dat al genoeg zijn om de taakstelling te halen. De Tweede Kamer vond 400 MW echter te groot en vroeg Kamp in een motie om het vermogen vooralsnog te beperken tot 250 MW.

Dat zou betekenen dat Friesland andere locaties moet hebben om de taakstelling te halen, en die zijn er op dit moment nog niet. Kamp schrijft de Kamer dat hij het vermogen van windpark Fryslân alleen kan maximeren op 250 MW als Friesland voor 30 juni met realistische alternatieven komt om de taakstelling van 530,5 MW te halen. Zou dat lukken, dan heeft Friesland tot 1 januari 2015 de tijd om de alternatieven uit te werken en de ruimtelijke invulling van de taakstelling in provinciale plannen vast te leggen.

Gedragscode

Een van de afspraken uit het energieakkoord is dat er een gedragscode moet komen voor burgerparticipatie bij windparken op land. Wie een windpark ontwikkelt, heeft die code dan als richtlijn zonder dat (financiële) participatie door omwonenden direct wettelijk verplicht hoeft te worden. Brancheorganisatie Nwea is al geruime tijd bezig met die gedragscode, maar vooralsnog heeft dat niet tot een resultaat geleid. Omdat het de Kamer wat te lang begon te duren, werd het kabinet in een motie van Agnes Mulder (CDA) gevraagd de regie dan maar op zich te nemen.

Dat gaat Kamp echter te ver. "Het rijk kan en wil dit niet opleggen", schrijft hij aan de Kamer. Hij wijst er ook op dat het energieakkoord -waar hij zich aan te houden heeft- de totstandkoming van een gedragscode nadrukkelijk bij de sector heeft neergelegd. Wel maant hij de sector tot spoed en zegt hij de definitieve gedragscode "voor de zomer" aan de Kamer te willen sturen.

Bron: Energeia

Nieuwsarchief