LNG grote kans voor balans ecologie en economie in Waddenzeegebied

15 jul 2014

Unesco Werelderfgoedgebied de Waddenzee is gebaat bij schonere en stillere scheepvaart. Hier ligt een grote kans voor LNG als vervanger van conventionele scheepsbrandstoffen om de balans tussen economie en ecologie een boost te geven. En in verdergaande emissiereductie kan bio-LNG een rol van betekenis gaan spelen. Tijdens een bijeenkomst van het Nationaal LNG Platform en Energy Valley in de Euroborg in Groningen lag de focus op de kansen en bedreigingen voor LNG in het Waddengebied en de ontwikkeling van bio-LNG. Als de introductie van LNG hier kan, kan het overal!

Door Jan Johan ten Have

LNG staat inmiddels ook in Den Haag hoog op de agenda. Mede dankzij lobbyen, dringen de emissievoordelen van LNG meer en meer door bij de SER en betrokken ministeries, constateert voorzitter Gerrit J. van Tongeren van het platform. ,,Er gebeurt indrukwekkend veel in de ontwikkeling van LNG, veel meer dan voor mogelijk gehouden. Het is uniek dat iets wat in het geheel niet bestond in zo korte tijd van de grond komt. De technologie is beschikbaar, LNG is leverbaar tegen aanvaardbare kostprijs en de innovatiemotor loopt’’, zei directeur Participaties & Business Development van de Gasunie Ulco Vermeulen . ,,Maar er is ook nog een hoop te doen om de omgeving voor deze nieuwe energiebron voor elkaar te maken dat deze een plek krijgt in economie en maatschappij. Alles moet kloppen en daarvoor is voor power nodig. Die kracht ligt in samenwerking, zeker ook internationaal. Kijk bijvoorbeeld naar de Waddenzee, die houdt niet op bij landsgrenzen.’’

Potentie

Young Advisory Group voerde een studie uit naar de potentie van LNG als brandstof in de drie Waddenzeehavens: Den Helder, Harlingen en de Eemshaven. Hieruit komt naar voren dat er in Den Helder een potentie is van ruim 76.000 ton LNG-consumptie per jaar, voor 90 procent door zeeschepen. De potentie van Harlingen is ruim 21.000 ton per jaar - voor tweederde deel door vissersschepen - en in de Eemshaven ruim 24.000 ton - voor ruim de helft door zeeschepen en bijna een kwart door de visserij.

In alle drie de havens is ook potentie voor veerboten. Een van de partijen die hierin investeert is AG Ems, onder meer exploitant van veerdiensten vanuit de Eemshaven. Voor het veer naar Helgoland laat AG Ems momenteel een gloednieuw LNG-schip bouwen. En voor het veer Eemshaven-Borkum wordt het MS Ost-Friesland omgebouwd naar LNG/dual-fuel. Directeur Bernard Brons van AG Ems geeft aan dat uitdagingen hierbij zijn onder meer het ontbreken van kwaliteitsstandaarden voor LNG en bunkervoorzieningen. ,,AG Ems gelooft in LNG en steekt de nek uit’’, prees Patrick Cnubben van Energy Valley de Duitse reder.

Directeur LNG Solutions van GDF Suez Jan-Joris van Dijk benadrukt dat de ontwikkeling van een volwassen LNG-infrastructuur in havens een stapsgewijs proces is. Dat begint met distributie door middel van trucks. De volgende stap is gecombineerde tanks aan de wal met een hogere bunkersnelheid, wat aanvoer via water mogelijk maakt. Stap drie is drijvende opslag en het uiteindelijke doel is realisatie van een midscale terminal in de Eemshaven voor heel Noord-Nederland en eventueel Noord-Duitsland. Op welke termijn deze vier stappen te doorlopen zijn, hangt af van vele factoren. Volgens manager strategic development Theo Smit van de Eemshaven leeft de uitdrukkelijke wens om een groene haven te zijn aan de rand van de Waddenzee. Kansen liggen er in de beschikbare ruimte en synergie, uitdagingen onder meer in beschikbaarheid van infrastructuur en afstemming met het overige bedrijfsleven in de haven.

Internationale samenwerking

Internationale samenwerking is essentieel, onder meer met de overige Waddenzeelanden Duitsland en Denemarken. Ook het grootste deel van de Deense Waddenzee staat sinds medio 2014 op de Unesco Werelderfgoedlijst, waarmee er een uniek, internationaal beschermd natuurgebied van Den Helder tot Esbjerg is ontstaan. Daarnaast is coöperatie ook essentieel met de zeventien landen met Noordzeekust en Baltische staten, die vallen onder SECA-richtlijnen. Bij al deze samenwerking ligt de nadruk op harmonisatie, samenwerking, kennisdeling en gezamenlijke ontwikkeling van veiligheidsnormen, toelatingsnormen, kwaliteit van LNG, emissies, technische normen voor apparatuur en innovaties en een rendabele LNG-infrastructuur met bunkervoorzieningen en distributiecentra. De samenwerking tussen Noord-Nederland en Duitsland heeft al behoorlijk wat handen en voeten, deze krijgt vorm in onder meer samenwerking tussen Energy Valley/TaskForce LNG Noord-Nederland en LNG-Initiative Nordwest, Interreg project MariTIM en dialoog tussen veerbootexploitanten in de Waddenzee. Dit vindt ook plaats in het project LNG an Rheinund Waal waarbij Energy Valley, de stadsregio Arnhem-Nijmegen, DST uit Duisburg (Universität Duisburg-Essen Entwicklungszentrum für Schiffstechnik und Transportsysteme) en Energieagentür.NRW/Netzwerk Kraftstoffe der Zukunft samenwerken. Een volgende stap in de goede richting is de oprichting onlangs van een Duits Nationaal LNG-platform naar Nederlands voorbeeld. Cnubben, tevens secretaris van LNG Taskforce Noord-Nederland: ,,Wij willen alle in Nederland aanwezige kennis delen voor gebruik in Duitse setting.’’

Kansen en bedreigingen

De Nederlandse aanpak wordt vanuit het buitenland aandachtig gevolgd. In het oog springt dat hier in drie jaar tijd veel is bereikt. ,,Iedereen ziet: dit gaat ons iets brengen’’, zegt programmamanager Robert Goevaers van het Nationaal LNG Platform. Hij ziet naast emissievoordelen ook kansen in geluidsreductie. Want LNG-techniek is aanzienlijk stiller dan motoren op conventionele brandstoffen. En hoewel het gaat om een complex proces, ziet hij veel progressie, bijvoorbeeld in de ontwikkeling van opleidingen in LNG-techniek en de levering van LNG-trucks af fabriek, wat later ombouwen overbodig maakt. ,,Een essentieel signaal’’, volgens Goevaers, die ook zeker nog beren op de weg ziet. Bijvoorbeeld in verdienmodellen: ,,Daarvoor moet de hele waardeketen kloppen. Kijk bijvoorbeeld naar de scheepvaart. In die sector constateren we dat de markt niet snel genoeg doorpakt.’’

Financiën

Ruud Paap van Energy Valley en GroengasNL belicht de financiële kant van de zaak. Hij signaleert dat bij de huidige kostprijs van ongeveer 1,20 euro per kilo LNG er – na aftrek van kosten zoals accijnzen, btw, infrastructuur, opslag en kosten van omzetten van biogas naar LNG – er zo’n zeventien cent per kilogram bio-LNG kan worden betaald. ,,En dat is voor de meeste biogasproducenten te weinig’’, weet hij. Als mogelijke oplossingen noemt hij het gebruik van goedkoop biogas uit stortplaatsen en riool- en afvalwaterzuiveringsinstallaties, gebruik van biogas van een onder een SDE-regime functionerende installatie die overtollig gas produceert. Een andere mogelijke oplossing is gebruik van biotickets, wat momenteel al snel twintig cent per kilo extra oplevert en bij gebruik van dubbel tellend materiaal zelfs meer dan veertig cent per kilo. Groot nadeel is wel dat dit prijsniveau grillig en onvoorspelbaar is. Alternatieven zijn in zijn ogen het vinden van gebruikers die bereid zijn extra te betalen, verwaardig van CO2, coproductie van bio-LNG met LNG en fossiele brandstoffen en in de toekomst gebruik van nieuwe technieken.

Accijnzen

In Nederland rijden inmiddels 240 trucks op LNG. Zij kunnen nu tanken bij vier stations in Nederland, de hoop is dat daar nog dit jaar zeven bij komen.  De interesse uit het bedrijfsleven bestaat, vanwege terugdringen emissie vanuit maatschappelijke betrokkenheid en daarnaast ook vanwege geluidsreductie, wat zeer grote voordelen heeft in stedelijke gebieden. Volgens Pier Tiedema van POC Transport bestaat er echter nog te veel onzekerheid over businessmodellen en terugverdientijden vanwege onzekerheid over fiscaal beleid van het Rijk. De accijns bedraagt nu achttien cent per kilogram, gegarandeerd tot 2018. Dat is in zijn ogen te veel en de termijn is te kort. Tiedema pleit voor beleid als in Duitsland, waar LNG-gebruikers gegarandeerd tot 2023 acht cent accijns per kilogram betalen. Dat zou de ontwikkeling van LNG in Nederland een stevige impuls geven. Hij pleit daarnaast voor reductie van tol voor LNG-trucks en een snel begin met de productie van bio-LNG.

Certificering

Aan de introductie van bio-LNG werken partijen achter de schermen al enkele jaren. Een concrete stap was de overhandiging van het eerste NTA 8080 certificaat aan Rolande LCNG, tijdens de bijeenkomst in de Euroborg. Dit certificaat maakt de herkomst én duurzaamheid van biomassa aantoonbaar.

Rolande LNG BV exploiteert met ingang van het derde kwartaal van dit jaar een opwaardeerinstallatie voor biogas op het terrein van Attero BV in Wijster met een capaciteit van 1550 ton LNG per jaar. Met deze installatie wordt biogas uit verschillende bronnen opgewaardeerd door middel van een gepatenteerde cryogene technologie. In diverse stappen en bij verschillende temperaturen worden verontreinigingen uit het ruwe biogas verwijderd. Dit levert schoon gas van aardgaskwaliteit, wat in vloeibare vorm bruikbaar wordt gebruikt als bio-LNG, onder meer voor 104 Iveco-trucks die enkel rijden op LNG en bio-LNG. Deze certificering is voor Rolande zeer relevant omdat dit een voorwaarde is om de brandstof mee te laten tellen voor de bijmengverplichting en het Europees streefcijfer van tien procent duurzame brandstof in 2020, wat onder meer inhoudt dat er dan tienduizend Europese trucks op bio-LNG moeten rijden.

Groen gas uit gras

Gras is een supergewas voor de productie van groen gas. Dat zegt Jan Cees Vogelaar van HarvestaGG BV, dat een speciaal soort gras met extra veel suiker heeft ontwikkeld voor productie van biogas. De voordelen zijn legio. Zo is de opbrengst enorm, zijn er geen gewasbeschermingsmiddelen nodig en verarmt grasteelt de grond niet. Gras neemt CO2 op uit de lucht en biedt een prima habitat voor weide vogels.

Uit één productielocatie met 1500-1700 hectare speciaal HarvestaGG gras haalt het bedrijf 6500 ton bio-LNG. Daarnaast levert het onder meer ruim tienduizend ton voer voor kippen en varkens en zo’n 25.000 ton turfvervanger op. Ook komt elf- tot zeventienmiljoen ton CO2 vrij, dat wordt opgevangen voor hergebruik in de glastuinbouw en frisdrankindustrie.

Voor bovenstaande productie is een verwerkingsinstallatie van ongeveer zes hectare nodig middenin het landelijke grasteeltgebied. Hierin loopt Harvesta tegen dichte deuren aan. ,,We lopen vast in regelgeving. Deze vorm van grasteelt is onbekend en dus onbemind. Het past niet binnen bestaande hokjes, waardoor angst regeert. Hier ligt een enorme kans: producenten willen, afnemers willen, financiers willen, maar de regels passen niet. We doen er alles aan om door te dringen tot overheden en politiek. Maar het voelt als zwemmen in hele dikke stroop.’’

Foto: werelderfgoed.nl

Nieuwsarchief