Hervormingen energiesysteem bepalen succes SER Energieakkoord

08 jan 2014

De Duurzame Energie Koepel ziet het afsluiten van het ‘SER Energieakkoord voor duurzame groei’ als een eerste stap in de energietransitie. Om deze transitie succesvol te laten verlopen deed Teun Bokhoven, voorzitter van deze Koepel, zojuist in zijn nieuwjaarstoespraak een oproep voor drie fundamentele doorbraken, waarmee hij de hoofdagenda voor de komende tijd wil bepalen.

Meer dan andere jaren vormt 2014 een waterscheiding tussen twee perioden. Het afsluiten van het SER Energieakkoord staat niet op zich zelf. Er zijn in de samenleving al langer tendensen die een nieuwe fase inluiden. De afgelopen jaren zien we een groeiende belangstelling vanuit de samenleving waarbij burgers en bedrijven sterk gemotiveerd zijn zelf duurzame energie op te wekken. Je ziet ook bij de energiesector geleidelijk een omslag- die zeker wordt ingegeven door de internationale ontwikkelingen. Ook de energienetbeheerders zien deze ontwikkelingen als een uitdaging om fundamentele aanpassingen in het energiesysteem door te voeren de komende jaren.

“In deze nieuwe fase zal het de kunst zijn om onze relatieve achterstand in Europa om te buigen tot een nieuwe koploperspositie. Met de groei die we in Nederland gaan doormaken in de komende 10 jaar (+12%) zullen we sneller ontwikkelen dan de Duitse groei in duurzame energie van de afgelopen jaren” zo stelt Bokhoven. “De SDE+ middelen zijn daarvoor ingecalculeerd en via het energieakkoord zijn de contouren van dat groeipad aangegeven. Toch is het nog geen gelopen race; sterker nog: er zijn nog noodzakelijke randvoorwaarden die moeten worden ingevuld om de groei te kunnen doorlopen.”

Bij de transitie en de verduurzaming verschuift het accent steeds meer van het technisch mogelijk maken om duurzame energie op te wekken, naar het op een slimme en effectieve manier in het energiesysteem brengen. Dat vereist een aanpassing van ons gehele energiesysteem op meerdere niveaus. Technisch, door benutting van “slimme” energienetten en maximale inzet van energieopslag technieken. Door aanpassing van de wet- en regelgeving. Dit is nodig om van een “eenrichting” naar een “tweerichting wetgeving” te komen en meer landschappelijke en bodem ruimte te creëren voor hernieuwbare energie. Tot slot is een fundamentele aanpassing van ons ouderwets energiebelastingsysteem nodig, zodanig dat de verduurzaming wordt beloond en fossiele opwekking wordt belast. De staat is nu voor meer dan 7,5% van haar inkomsten afhankelijk van (fossiele) energie gerelateerde inkomsten, dat is niet houdbaar bij een duurzame opwekking.

Voor de uitwerking van het energieakkoord de komende jaren zullen deze onderwerpen leidend zijn voor de duurzame energie sector, zodat over 10 jaar inderdaad de basis is gelegd voor een robuuste duurzame energie toekomst.

Nieuwsarchief