Groningse energie voor Brussel

24 sep 2014

“We worden gezien als een heel mooi voorbeeld van een open innovatie omgeving,” aldus Jan-Jaap Aué van de Hanzehogeschool. Afgelopen week bezocht een delegatie van de Europese liberalen van ALDE EnTranCe in Groningen. “We richten ons hier op het kapitaal van studenten, onderzoekers en docenten.”

Jan-Jaap Aué is Dean van de School of Engineering van de Hanzehogeschool Groningen. Daarbinnen is hij ook verantwoordelijk voor EnTranCe, de proeftuin voor toegepast onderzoek op het gebied van energie. Hij kreeg deze week een bus vol Brusselse delegatieleden van de ALDE-fractie van de Commitee of the Regions op bezoek en dat is niet voor het eerst.

Innovatieproces omgedraaid

“Er wordt erg veel over innovatie geschreven en gesproken, maar er zijn weinig plekken waar het ook echt gebeurt. Wij zijn hier gewoon begonnen, dat is denk ik wat aantrekt.” Een belangrijk aspect daarbij is volgens Aué dat het proces van innovatie is omgedraaid bij EnTranCe in Groningen

“We pretenderen dan ook niet dat het hier allemaal goed doen, we willen juist ook dat de betrokken studenten, docenten en deelnemende bedrijven zelf ook vragen kunnen stellen. Met name studenten, jonge mensen, kijken nog heel onbevooroordeeld naar de wereld. We richt ons hier ook nadrukkelijk op dat kapitaal. Ze zijn een volwassen partner.”

Dit jaar is EnTranCe begonnen met de derde lichting studenten. Het zijn er dit jaar 130, tegenover meer dan 30 vorig jaar. Er is dus sprake van grote groei. Bedrijven die actief betrokken zijn bij Entrance bevestigen de meerwaarde van open innovatie. Op EnTranCe worden ideeën en nieuwe ontwikkelingen niet alleen in de projecten maar ook gewoon bij de koffie tussen verschillende bedrijven, instituten, onderzoekers en studenten besproken, vertelt Aué.

Internationale samenwerking

Juist dat recept is, volgens Aué, wat inmiddels ook in het buitenland opvalt en vandaar dat ook de ALDE-fractie zijn licht op stak in het noorden. “Je ziet wel dat er, in hele andere vormen overigens, vergelijkbare projecten opgezet worden. In Engeland zijn ze met een groep bedrijven bezig met een onderzoeksproject naar innovatief bouwen. Zij hebben nu ons benaderd om te kijken of ze kunnen aanhaken in ons Living Lab.”

Iets dichterbij, maar niet minder internationaal, werkt EnTranCe op het gebied van energie, ook al samen met de buren van Oldenburg. “Ook zij hebben energie sterk als zwaartepunt, maar hebben wel andere thema’s. Zij zijn heel sterk in de technologie, terwijl wij ook veel meer kijken naar de integratie met juridische, bedrijfseconomische en menselijke aspecten van energievoorziening.”

Niet zomaar in het vliegtuig stappen

Die samenwerking past ook in de plannen van de Energy Academy Europe en de Noordelijke Energy Valley, ziet Aué. “Juist daarvoor kwam de ALDE-fractie op bezoek.  Wat we hebben laten zien is dat  EnTranCe een belangrijke linking pin is voor de regionale ontwikkelingen en een belangrijk onderdeel is van de Living Labs hier op het gebied van energie transitie. En dat is bij hen overgekomen.” Wat zo’n rol kan opleveren werd ook al duidelijk bij de presentatie van EnTranCe op de Hannover Messe.

Volgens Jan-Jaap Aué biedt de Horizon 2020 agenda juist aanknopingspunten om te kijken naar de  in het licht van Horizon 2020 agenda van de Europese Unie juist regionaal naar verbindingen te zoeken en als kennisinstellingen actief de samenwerking met het bedrijfsleven te zoeken. “Dat interregionaal werken klinkt heel simpel alsof je gewoon in het vliegtuig stapt, maar zo ligt het niet. Je moet ook weten waar je terecht kunt en wat je van elkaar wilt. Ik denk dat we daar in Groningen aardig in slagen en dat dat ook de reden is dat men vanuit Brussel ons nu weet te vinden.”

Nieuwsarchief