Windpark bij ‘Schier’

13 okt 2010

Het kabinet moet de komende 10 jaar alle windmolens op zee concentreren in een gebied zo’n 50 kilometer ten noorden van Schiermonnikoog. Dat maakt de offshore windenergie goedkoop, efficiënter en veel minder hinderlijk voor scheepvaart en visserij. Zo’n concentratie geeft Noord-Nederland bovendien de kans uit te groeien tot een industrieel centrum van offshore windenergie.


Dat stelt de stichting Energy Valley, het platform dat Noord-Nederland tot het speerpunt van een duurzame energievoorziening wil maken.

Het rijk wil dat windmolens op zee in 2020 gezamenlijk 6000 megawatt aan elektriciteit opwekken. Daarvan wordt ruim 228 megawatt gerealiseerd door twee kleine parken voor de kust van IJmuiden. Het Duitse Bard Engineering mag boven Schiermonnikoog 120 windmolens met een capaciteit van 600 megawatt per jaar plaatsen. Bij de verdeling van volgende locaties aan exploitanten dreigt een verdere versnippering, die het onderhoud van de parken volgens Energy Valley onnodig duur maken.

Een groot park voor de noordkust zou vanuit de Eemshaven en vanaf een werkeiland kunnen worden beheerd. Een ruim gebied rond het aanstaande Bardpark is eerder geschikt bevonden voor grote aantallen windmolens. Er zouden zo’n duizend kunnen komen.

Het bedrijfsleven heeft grote belangstelling voor de bedrijvigheid die de windmolens op zee kunnen opleveren. Zo’n 60 tot 80 ondernemingen hebben belangstelling getoond voor samenwerking met Bard bij de aanleg en het beheer van de 120 windmolens boven Schiermonnikoog. De noordelijke bedrijven onder hen hebben zich op initiatief van Energy Valley en de NOM verenigd onder de naam Northern Netherlands Offshore Wind. Dat samenwerkingsverband steunt ook het streven naar het grote windmolenpark van 1000 molens dat Energy Valley bepleit.

Bard heeft voor de plaatsing van de 120 molens van het ministerie van economische zaken 4 miljard subsidie gekregen voor de bouw. Het bedrijf investeert naar schatting ruim twee miljard euro in de bouw. De rest kan het gebruiken voor beheer en onderhoud in de komende twintig jaar. De onderneming wil volgens directeur Gerrit van Werven van Energy Valley 35 tot 40 procent van de aanleg uitbesteden aan Nederlandse bedrijven. Dat komt neer op ongeveer 800 tot 900 miljoen euro aan opdrachten. Hij voorziet dat naast de Eemshaven ook Harlingen en Den Helder – sterk in offshore – zullen profiteren van het megawindmolenpark. Bard gebruikt voor de plaatsing van 80 molens boven Borkum nu al de Eemshaven als uitvalsbasis.

Een ander consortium met onder meer Ballast Nedam, TNO en ECN heeft al een zogeheten milieu effect rapportage (mer) in gang gezet voor de eventuele aanleg van een werkeiland voor het onderhoud van de windmolens, maar ook als aanlanding en knooppunt van elektriciteitskabels uit Noorwegen (waterkrachtcentrales), Denemarken, Nederland en Duitsland (windenergie).

Die zouden vanaf het eiland over één traject naar het vasteland worden geleid. Dat zou de druk op het milieu in de Waddenzee verminderen. Via de elektriciteitskabels kunnen de vier landen op momenten van overproductie elkaar ook voorzien van goedkope stroom.

Over het plan voor het werkeiland sprak onlangs de Groningse PvdA gedeputeerde William Moorlag al. Ook voor twee plaatsen n de Noordzee wordt een mer gemaakt, maar volgens Van Werven is de noordelijke locatie de meest serieuze kandidaat voor het eiland.


Offshore windmolens
Onderzoek voorspelt dat in het beheer en onderhoud van de offshore windmolens in Nederland in 2020 2,5 tot 2,7 miljard euro omgaat en 12.000 tot 20.000 arbeidsplaatsen oplevert. Bard bouwt momenteel al 80 windmolens boven Borkum.

Bron: Dagblad van het Noorden

Nieuwsarchief