Symposium industriele vergisting zet deelnemers aan tot actie

22 okt 2010

“Keep up the good work, do it.” Met die uitsmijter stuurde Jan Terlouw de bezoekers van het symposium industriele vergisting in het Friese Earnewoude naar huis. De politicus en wetenschapper was de laatste spreker bij het druk bezochte symposium, dat zich primair richtte op de voeding- en genotmiddelenindustrie (VGI). Vele tientallen vertegenwoordigers vanuit de industrie, overheden en waterschappen lieten zich informeren over de mogelijkheden van het verwerken van reststromen uit industriële processen. Volgens Jan Terlouw wordt het tijd dat er een duidelijke vertaalslag komt naar het gebruik van duurzame energie, waarin vergisting een belangrijke rol kan spelen. Volgens hem is dat geen technisch of economisch probleem, maar is er een duidelijke mentaliteitsverandering nodig. 

Het door de stichting Energy Valley en Ecovert georganiseerde symposium werd mede mogelijk gemaakt door bijdragen van de Provincie Fryslan en Agentschap NL.
De dag werd afgetrapt met een bezoek aan biovergister Halambco, opgezet door Hartman, Lamb Weston/Meijer en Econvert. De aanwezigen kregen uitleg over de werking van de vergister en zagen met eigen ogen hoe reststromen uit de VGI kunnen worden verwerkt tot nieuwe producten. De excursie moest de deelnemers inspireren om zelf ook na te denken over de mogelijkheden van vergisting.


Na een smakelijke lunch stond een zeer informatief middagprogramma met veel interessante sprekers op het programma. Onder leiding van dagvoorzitter Ton Doppenberg, voormalig directeur van Omrin, werd het onderwerp belicht vanuit verschillende hoeken. Gedeputeerde van de provincie Friesland, Sjoerd Galema, trapte het symposium af met de mededeling dat hij vanuit de provincie biovergistingsprojecten zoveel mogelijk wil stimuleren en faciliteren. Hij tekende daarbij wel aan dat de ambities in Friesland op dit terrein groter zijn dan in andere delen van Nederland het geval is. “Het Fries ontwikkelingsbedrijf is een belangrijke drager van doelstellingen rondom duurzame energie”, aldus Galema.


Liesbeth Spies, voormalig tweede kamerlid en woordvoerster van milieuzaken en duurzaamheid, ging in haar speech wat dieper in op de huidige regeling stimulering duurzame energie (SDE) en de toekomst van subsidies in het nieuwe kabinet. Volgens haar heeft het nieuwe kabinet de ambities voor duurzame energie enigszins bijgesteld, hoewel die nog steeds conform de Europese regelgeving zijn. Ze waarschuwde de aanwezigen voor een op handen zijnde overgangsperiode waarin de SDE-regeling wordt hervormd. De huidige regeling stopt per 1 januari 2011, maar in het regeerakkoord staat dat pas in 2013 nieuwe uitgaven worden gedaan. “Er is wel geld beschikbaar in de tussenjaren”, zegt Spies. “Dus maak tempo om ervoor te zorgen dat er door een investeringsgat een onzeker klimaat ontstaat in de komende jaren. Adem de ministeries in hun nek.”


Na Spies was het vanuit Lamb Weston/Meijer de beurt aan Cees van Rij. Deze internationaal opererende producent van “allerlei soorten frieten” maakt al gebruik van vergisting van restproducten van bijvoorbeeld de aardappelen. Volgens hem zijn de reststromen op rendabele wijze te verwerken, maar is de toekomst niet het huidige vergistingsconcept van nu. “De overheid heeft teveel regels, waardoor we nog niet optimaal gebruik kunnen maken van de vergister. De regelgeving moet juist stimuleren en subsidies moeten zich meer richten op ontwikkeling”, aldus Van Rij. Mathieu Dumont van het Agentschap NL richtte zich voornamelijk op groen gas, tevens een mogelijk eindproduct van biovergisting.  Deze aardgasvervanger is een goed alternatief als warmtebenutting van de vergisting niet mogelijk is. Voordeel van gas is dat het beter op te slaan is.


Vanuit Econvert, ontwikkelaar van de vergister bij Halambco, liet medeoprichter Fred Bruijn weten dat het ontwikkelen van een vergister in de praktijk niet altijd gemakkelijk is. Econvert liep en loopt tegen veel problemen op bij het draaiende houden van het apparaat. “Ik zou dit project heel anders aanpakken als we het overnieuw moeten doen”, legt hij uit. “Of het project daarmee is mislukt? Wel als je van tevoren dacht veel geld te verdienen, maar niet vanuit de verwachting om veel te leren.”


Als voorlaatste vertelde Wouter Verster namens de Rabobank dat zij graag instappen op nieuwe technologieën en daarbij biomassaprojecten een warm hart toedragen. Ook hij signaleert dat het investeringsklimaat onzeker wordt doordat subsidieregelingen aflopen en wegvallen. “Gelukkig pakken decentrale overheden de boodschap op en gebruiken ze bijvoorbeeld  Nuon-gelden om nieuwe projecten te financieren”, aldus Verster.


Als slotspreker gaf politicus en wetenschapper Jan Terlouw op inspirerende wijze zijn visie op duurzame energie. “We bestaan bij de zon”, zegt hij. “Duurzame energie raakt nooit op. Het is aan ons om de overgang naar deze vorm van energie in te zetten.” Volgens Terlouw is daarvoor een mentaliteitsverandering nodig. Hij denkt niet dat het een technisch of economisch probleem is. “Nee, het is een politiek probleem”, aldus Terlouw. “We zouden ons moeten vasthouden aan onze doelstellingen en iedereen verplichten om in 2020 voor twintig procent aan duurzame energie te gebruiken. Ik ben geen voorstander van subsidies. Als er een garantiefonds is, bijvoorbeeld met de Nuon-gelden, dan zijn banken ook meer genegen om te investeren. Het noorden doet dat relatief goed. Keep up the good work, do it!”

Nieuwsarchief