Reactie op het rapport van de Noordelijke Rekenkamer: “Naar een Noordelijke kenniseconomie”

07 jun 2013

De Noordelijke Rekenkamer presenteert in het recente rapport ‘Naar een Noordelijke Kenniseconomie’  de resultaten van een onderzoek naar de kennisclusters Energy Valley, Sensor Universe en Water Alliance, en de rol van de noordelijke provincies daarin. Het rapport bevat bruikbare aanbevelingen voor verbetering van de voortgangsrapportages, die de stichting Energy Valley zeker ter harte zal nemen.

Stichting Energy Valley is bij dit onderzoek niet door de Rekenkamer geconsulteerd. Mede daardoor bevat het rapport feitelijke onjuistheden. Stichting Energy Valley betreurt dit en onderschrijft de conclusie van de drie noordelijke provincies dat ‘de door de noordelijke rekenkamer gehanteerde methodologie geen juist en volledig beeld geeft van de doelmatigheid van de onderzochte clusterorganisaties’.

Succesvolle topsector

In de Stichting Energy Valley werken energiebedrijven, overheden en kennisinstellingen samen aan een ambitieus  programma om de energiesector in Noord-Nederland uit te bouwen. Dat programma is  succesvol, zo blijkt uit meerdere externe evaluaties..

Het Energy Valley concept heeft een groot maatschappelijk draagvlak. Dat blijkt onder meer uit de bereidheid van bedrijven om bij te dragen aan de financiering van de stichting  Energy Valley. In het nationale topsectorenbeleid is als doelstelling geformuleerd dat clusterorganisaties voor een substantieel deel gefinancierd worden door het bedrijfsleven. Stichting Energy Valley voldoet als een van de weinige clusterorganisaties in Nederland aan die norm.

Open houding voor verandering

De energiewereld verandert snel. Stichting Energy Valley probeert samen met  partners in korte tijd in die dynamische energiewereld een ingewikkeld en omvangrijk investeringsprogramma tot stand te brengen. De wijze waarop  daarbij op de actualiteit wordt ingespeeld is ook voor Energy Valley  een voortdurend zoekproces. Energy Valley staat dan ook open voor elke suggestie voor verbetering.  Daarom waardeert Energy Valley het initiatief van de Noordelijke Rekenkamer voor een analyse van de relatie tussen de noordelijke clusterorganisaties en de provincies.

We betreuren het echter dat de Noordelijke Rekenkamer de stichting Energy Valley niet heeft geconsulteerd tijdens het onderzoek. De conclusies zijn gebaseerd op een beperkt aantal archiefstukken en wat willekeurige persartikelen. Deze selectieve werkwijze heeft geleid tot onjuistheden in het rapport.  Veel relevante informatie is niet benut, waaronder de rapportages van de stichting Energy Valley aan de raad van toezicht en de verslagen van het maandelijks ambtelijk overleg met provinciale medewerkers. De Noordelijke Rekenkamer stelt bijvoorbeeld dat er geen totaaloverzichten zijn van gesubsidieerde projecten. Dit is onjuist. Dergelijke overzichten zijn wel degelijk aan de raad van toezicht en het ambtelijk overleg overhandigd; overigens niet alleen van gesubsidieerde projecten, maar ook van niet-gesubsidieerde projecten.

In open overleg hadden dergelijke misverstanden in de rapportage kunnen worden vermeden en zou de analyse een slag dieper hebben kunnen plaatsvinden. We kunnen dan ook niet anders dan de  conclusie van de drie noordelijke provincies onderschrijven dat ‘de door de noordelijke rekenkamer gehanteerde methodologie geen juist en volledig beeld geeft van de doelmatigheid van de onderzochte clusterorganisaties’.

Governance

De Noordelijke Rekenkamer concludeert dat de organisatiestructuur van de stichting Energy Valley weinig transparant is. Dit komt volgens de Noordelijke Rekenkamer onder meer doordat de provincies niet zijn vertegenwoordigd in de statutaire organisatie en dat subsidieontvangers als de RUG en de Hanzehogeschool deel uitmaken van de raad van toezicht.  Daarnaast is de organisatie enkele malen gewijzigd.

In antwoord daarop merken wij op dat de provincies  zelf nadrukkelijk  hebben gekozen om geen zitting te willen nemen in de raad van toezicht van de stichting Energy Valley omdat de provincies reeds subsidiegever zijn. De provincies willen geen dubbele petten. Dit wil niet zeggen dat de provincies niet meesturen. Integendeel. Dit gebeurt via apart ambtelijk en bestuurlijk overleg. De opmerking in de rapportage dat de colleges van GS aanvankelijk hadden gekozen om een lid van GS zitting te laten nemen in de raad van toezicht is onjuist.  De provincies hebben vanaf het begin de positie ingenomen dat zij geen dubbele verantwoordelijkheid willen dragen.

Het argument dat gesubsidieerde instellingen (en bedrijven) geen zitting mogen nemen in het bestuur bevreemdt ons, omdat alle bedrijven in de energiesector en alle kennisinstellingen die zich richten op energie-innovatie subsidies kunnen ontvangen. Wil de  noordelijke rekenkamer  bedrijven en kennisinstellingen hun betrokkenheid bij Energy Valley ontzeggen? De kern van een clusterorganisatie als Energy Valley is nu juist dat bedrijven, kennisinstellingen en overheden met elkaar komen tot een gezamenlijk ontwikkelingsprogramma.  Waarbij overigens geldt, dat stichting Energy Valley niet zelf over de subsidies beschikt. Dat doen de Europese, nationale en regionale overheden. Wij kunnen de logica van Noordelijke Rekenkamer op dit punt niet volgen.

De kritiek van de rekenkamer dat er in de afgelopen jaren enkele wijzigingen in de organisatie hebben plaatsgevonden en dat daardoor de werkwijze minder transparant is, delen wij niet.  De in de rapportage genoemde  organisatie-aanpassingen waren noodzakelijk vanwege uitbreiding van taken en de komst van nieuwe partners (waaronder de provincie Noord-Holland). Deze wijzigingen zijn met de stakeholders (waaronder de provincies) zorgvuldig afgestemd.

Subsidies

De wijze waarop de Noordelijke Rekenkamer het succes van de stichting Energy Valley afmeet aan de mate van gebruik van provinciale  of SNN-subsidies is methodologisch niet terecht. De meeste Energy Valley projecten maken namelijk geen gebruik van dergelijke subsidies. Het doel van stichting Energy Valley is om zoveel mogelijk investeringen in  (duurzame) energie uit te lokken; het doel is niet om zoveel mogelijk provinciale of SNN-subsidies  te absorberen.

Uit een externe evaluatie blijkt dat Energy Valley met succes betrokken is geweest bij vele projecten. Indien hierbij al sprake is van overheidssteun komt deze vooral uit nationale innovatie- of duurzame energieprogramma’s en niet uit de regionale subsidieprogramma’s die de rekenkamer als meetlat hanteert.

De Noordelijke Rekenkamer stelt dat de subsidie van de stichting Energy Valley door de drie noordelijke provincies is toegenomen. Dit behoeft nuancering. Feit is  dat de  financiële ondersteuning vanuit het bedrijfsleven in de afgelopen jaren sterk is toegenomen en dat de regionale subsidiering vanuit SNN en de provincies is afgenomen.  Het feit dat de provincies vanaf 2011 meer betalen dan daarvoor hangt enkel samen met het wegvallen van SNN-subsidies. Per saldo is er sprake van een afname.

Samenwerking

De Noordelijke Rekenkamer pleit voor een goede samenwerking  tussen de noordelijke instellingen. Daar zijn we het volledig mee eens. Op dit ogenblik wordt er in de vier Energy Valley provincies transparant samengewerkt aan concrete programma’s op het gebied van windenergie, biomassa, smart grids, restwarmte  en groen gas.  Dit alles in nauwe samenwerking met de kennisinstellingen.  Ook is er frequent overleg met de andere noordelijke clusterorganisaties. Zo zijn er inmiddels speciale projecten voor energie & water, energie & sensortechnologie en bio-energie in de agrosector.

Tot slot

Stichting Energy Valley staat voor de enorme uitdaging om het komende Nationale Energieakkoord van de SER om te zetten in een heldere programmering voor de vier noordelijke provincies. In onze mid term review in december 2013 zullen we aangeven hoe we denken vorm te geven aan de verschillende delen van het nationale akkoord. De opmerkingen over de organisatiestructuur en verslaglegging van de Noordelijke Rekenkamer zullen we meenemen in dat proces.

Groningen, juni 2013

 

Nieuwsarchief