Provincie blijft zich inzetten tegen gasopslag bij Pieterburen

07 jun 2011

Het Groningse provinciebestuur geeft zijn strijd tegen de geplande gasopslag bij Pieterburen nog niet op, zo laat gedeputeerde William Moorlag weten in een ingezonden brief. Ook nu minister Verhagen het bezwaar van de gemeente De Marne, de provincie en bewoners van Pieterburen ongegrond heeft verklaart. Moorlag vreest dat, hoewel het provinciebestuur in principe voor gasopslag is, dit in Pieterburen ongewenst blijft. Het zou teveel schade opleveren aan de rust, de ruimte en het landschap rond Pieterburen en daarmee aan de toeristische aantrekkingskracht, een belangrijke economische factor in het gebied.  

“Het Franse energiebedrijf EDF mag van de minister van EL & I doorgaan met de proefboring gericht op gasopslag bij Pieterburen. De minister heeft het bezwaar daartegen van vele inwoners van Pieterburen, de gemeente De Marne en de provincie Groningen ongegrond verklaard. Tegen het besluit staat beroep open bij de rechter. De provincie Groningen ziet af van het instellen van beroep. Staakt de provincie hiermee zijn verzet tegen gasopslag bij Pieterburen? Nee, dat is niet het geval.

De provincie vond en vindt het ongewenst dat op de locatie aan de zuidkant van Pieterburen grote industriële installaties voor gasopslag worden gebouwd. Dergelijke installaties vormen een zware aantasting van het gave landschap. Dat gave landschap vertegenwoordigt een grote waarde, ook economisch. Jaarlijks bezoeken tienduizenden recreanten en toeristen Pieterburen . Zij genieten van de rust, de ruimte en het landschap. Pieterburen is de uitvalsbasis voor  wadlooptochten, het startpunt van het Pieterpad en heeft grote publiekstrekkers zoals de Zeehondencrèche en Domies’ Toen. De aantrekkelijke woonomgeving zorgt er voor dat Pieterburen relatief weinig last heeft van bevolkingskrimp.

Het beleid van de provincie is erop gericht om gave landschappen te beschermen. Daarmee is niet gezegd dat we overal alleen maar het bestaande willen conserveren en elke ontwikkeling willen tegengaan. Nee, de provincie biedt op een aantal plaatsen ruim baan voor industriële ontwikkeling, denk bijvoorbeeld aan de Eemshaven, Delfzijl en andere centrumstedelijke plaatsen in de provincie. De provincie is in principe ook voorstander van gasopslag. Dat is nodig om bij piekvraag, op koude winterdagen, de levering van gas te kunnen waarborgen. In de nabijheid van Veendam, bij Zuidwending, heeft de provincie een gasopslagproject geen strobreed in de weg gelegd. Maar bij Pieterburen is en blijft het ongewenst. Hier weegt het maatschappelijk nut van gasopslag en het bedrijfsbelang van EDF niet op tegen de landschappelijke waarden, de schade voor de toeristisch-recreatieve bedrijvigheid en de aantasting van de kwaliteit van de woonomgeving. Bewoners van Pieterburen zijn terecht boos en hun verzet is gerechtvaardigd. De plek aan de zuidkant van Pieterburen kon niet ongelukkiger worden gekozen door EDF.

Waarom stapt de provincie dan niet naar de rechter? Dat vindt zijn oorzaak in de wijze waarop de Mijnbouwwet in elkaar steekt. Deze wet kent maar een zeer beperkt aantal gronden, op basis waarvan de minister een proefboring mag weigeren. Hoewel in beroep gaan symbolisch betekenis mag hebben, is het niet zinvol als de rechter zo goed als zeker het beroep afwijst. De provincie staakt hiermee niet zijn verzet. Langs andere wegen zal de provincie zijn invloed maximaal gebruiken om de gasopslag naar een andere locatie verplaatst te krijgen. Op aandrang van de provincie wordt door het ministerie onderzocht of er andere zoutkoepels zijn, als volwaardig alternatief voor gasopslag in het zout onder Pieterburen. Met het bedrijf EDF wordt overleg gevoerd, om de gasopslag in een zoutkoepel elders te realiseren, of – in het geval er geen volwaardig alternatief is – de installaties door middel van schuin boren, op een minder schadelijke locatie te plaatsen. Dat overleg wordt indringend voortgezet.

Verder dringt de provincie er bij de rijksoverheid op aan om de Mijnbouwwet te veranderen. Steeds vaker worden projecten voor de (diepe) ondergrond gestart: gasopslag, gas- en zoutwinning, benutten van aardwarmte enz. In de Mijnbouwwet moet het economisch nut van dit gebruik van de ondergrond beter worden afgewogen tegen de waarden en de belangen bovengronds. Bovengrondse economische belangen, maar ook natuur- en landschapswaarden moeten, anders dan nu het geval is, wettelijk een grond kunnen vormen om geen vergunning te verlenen aan schadelijke initiatieven.

Als provinciaal bestuurder blijf ik onverminderd koersen op verplaatsing van het gasopslagproject naar een streek in de provincie waar het minder schadelijk is. Als het onverhoopt niet lukt om de gasopslag uit de zoutkoepel onder Pieterburen te weren, dan moeten we als ‘secondbest oplossing’ kijken of er in een ruim gebied om Pieterburen een minder schadelijke locatie gevonden kan worden. Aanstaande woensdag stap ik op de fiets om met een aantal vertegenwoordigers van de actiegroep Pieterburen Tegengas  te genieten van het prachtige landschap rond Pieterburen. Ik hoop die fietstocht over vele jaren nog steeds te kunnen maken in een ongeschonden landschap!”

William Moorlag

Gedeputeerde van de provincie Groningen voor Ruimtelijke Ordening en Financiën

Nieuwsarchief