Milieufederaties: SER-Hoofdlijnenakkoord biedt kansen voor regio

15 jul 2013

De Natuur en Milieufederaties hebben zich achter het Hoofdlijnenakkoord geschaard dat na bijna een half jaar onderhandelen in SER-verband tot stand is gekomen. Samen met Greenpeace, Natuur & Milieu, Milieudefensie en het Wereld Natuur Fonds vertegenwoordigden zij de Nederlandse milieubeweging in de SER-onderhandelingen. Concreet gaat het om 1,5 procent energiebesparing per jaar, 15.000 banen in de bouw en 16% duurzame energie in 2023. De Natuur en Milieufederaties zien veel kansen het akkoord handen en voeten te geven op regionaal niveau en staan klaar om hiermee aan de slag te gaan.

De Natuur en Milieufederaties spelen een cruciale rol in de uitwerking van het Energieakkoord en de doorvertaling naar regionaal niveau. Siegbert van der Velde, namens de Natuur en Milieufederaties: “Duurzame energie is één van onze speerpunten en met dit akkoord zetten we stappen vooruit. Met onze provinciale servicepunten HIER Opgewekt ondersteunen we lokale energiecoöperaties en groepen mensen die hun eigen energie willen opwekken. We hebben er hard voor geknokt om voor hen goede regelingen in dit akkoord te krijgen. Eén van de successen is bijvoorbeeld dat coöperatieve windprojecten voorrang krijgen bij de subsidieregeling voor duurzame energie. Daarnaast werken we aan draagvlak voor duurzame energie, onder meer door er zorg voor te dragen dat duurzame energiebronnen niet ten koste gaan van natuur, landschap en leefomgeving. Het is van groot belang dat alle partijen zich met dit akkoord verbinden aan een aantal verstandige uitgangspunten.”

Lot van Hooijdonk heeft zich namens de Natuur en Milieufederaties onder meer ingezet voor goede afspraken over energiebesparing: “Het wordt voor woningbezitters en bedrijven een stuk gemakkelijker om energie te besparen. Bijvoorbeeld met een fonds waar mensen tegen lage rente hun investering kunnen voorfinancieren. Daarnaast is geregeld dat bewoners de kosten voor besparende maatregelen gemakkelijk kunnen verrekenen met hun energierekening. Voor woningcorporaties is vier jaar lang 100 miljoen euro per jaar beschikbaar voor woningisolatie. Wij gaan in de regio corporaties en andere gebouweigenaren aanvuren om ambitieus werk te maken van energiebesparing.”

De solidaire samenwerking van de milieuorganisaties is effectief gebleken. Wind op zee gaat een belangrijke rol spelen in de toekomstige Nederlandse energievoorziening. In 2023 moet in totaal 4.500 MW wind op zee gerealiseerd zijn. Samen met de windmolens op land is dat genoeg om alle huishoudens in Nederland van stroom te voorzien. Daarmee voorkomen de milieuorganisaties dat Nederland haar energiedoelen haalt door biomassa bij te stoken in kolencentrales. Vijf kolencentrales worden bovendien gesloten.

In deze economisch moeilijke tijd is het uniek dat investeringen zijn gevonden voor woningisolatie van huurwoningen en de bouw van windmolens op zee. Het hoofdlijnenakkoord betekent dat Nederland grote stappen zet richting een duurzame energievoorziening en een economie waarin veel minder energie wordt verspild.

Er zijn ook concessies gedaan. Het bleek niet mogelijk al in 2020 op de door het kabinet gewenste 16% duurzame energie uit te komen. Met name doordat wind op zee een lange aanlooptijd heeft. Ook is het teleurstellend dat de woningisolatie voor de koopsector nog niet goed geregeld kon worden. De milieuorganisaties hadden graag meer stimulans gezien om energiebesparing daar van de grond te krijgen. De Natuur en Milieufederaties zijn tot slot zeer teleurgesteld dat het niet mogelijk bleek het principe ‘de vervuiler betaalt’ meer centraal te stellen in de energiemarkt.

De vlag kan pas echt uit als de bijhorende maatregelen in de zomer zijn doorgerekend, met name op werkgelegenheid en energiebesparing. Wel staat al vast dat partijen hoe dan ook een inspanningsverplichting hebben om maatregelen te nemen om de overeengekomen doelen te halen.

Bron: Natuur en Milieufederaties

Nieuwsarchief