Lijsttrekkersdebat Groningen: “CO2 liever goed onder de grond dan in de lucht”

28 mei 2010

“CO2 liever goed onder de grond dan in de lucht.” Dat zei gistermiddag Alexander Pechtold tijdens het lijsttrekkersdebat in het Academiegebouw van de Rijksuniversiteit Groningen. De opmerking geeft grofweg de mening weer die onder alle lijsttrekkers heerst: ondergrondse CO2-opslag mag dan niet ideaal zijn, het is wel een noodzakelijke tussenoplossing.


“De risico’s zijn te overzien”, zo zei Femke Halsema. “GroenLinks wil echter geen CO2-opslag onder bewoond gebied, maar op zee. Het is misschien noodzakelijk, maar niet gewenst.” Mark Rutte gaf aan massaal op alternatieve energiebronnen in te willen zetten, maar niet op “die malle windmolens”. Desalniettemin meende hij dat je er met alleen alternatieve energiebronnen en besparing niet komt, en er een of twee kerncentrales nodig zijn om te voldoen aan de energiebehoefte.

Emile Roemer zette vooral in op nieuwe duurzame oplossingen. Allereerst meende hij dat er veel zuiniger met energie omgegaan kan worden, en er bijvoorbeeld prima gebruik gemaakt kan worden van de restwarmte van kolencentrales, die nu de lucht en de zee in gaat.

Op de vraag of ondergrondse CO2-opslag in het Noorden niet zeer goed voor de economie zou zijn, antwoordde Roemer dat veiligheid voor economische motieven gaat, en dat er zeker geen risico’s genomen moeten worden. Rutte zag wel wat in de economische voordelen van een proefproject met CO2-opslag. “In het Noorden is veel kennis aanwezig op energiegebied, en dit levert een hoop extra werkgelegenheid op. Bovendien kan het Noorden zijn kans grijpen en voorop lopen in de ontwikkeling van ondergrondse CO2-opslag.”

“In Barendrecht hebben we een verkeerde start gehad”, voegde Pechtold aan het einde van de discussie nog toe. “We moeten nu het lef hebben om te innoveren via een proefproject. Liever goed onder de grond dan in de lucht.”

Op de vraag of het Noorden geschikt is voor zo’n proef, werd nauwelijks antwoord gegeven. Toch vonden in ieder geval Balkenende, Rutte en Halsema dat de Energy Valley regio, die zeker drie keer genoemd werd, goede kaarten in handen heeft. “De energiesector is in het Noorden goed ontwikkeld, die kansen moeten de provincies zelf benutten”, aldus Balkenende. Waar Halsema aan toevoegde: “We kunnen de sociale en groene toekomst hier laten beginnen.”

Commissaris van de Koningen Max van de Berg, tevens voorzitter van de Raad van Toezicht van de stichting Energy Valley, zei na het debat blij te zijn dat de term Energy Valley beklijft in de landelijke politiek. “Het feit dat dit zo leeft, levert een springplank op voor de ontwikkelingen in het Noorden.” Bovendien was hij blij dat er steun voor een eventueel proefproject met ondergrondse CO2-opslag was. “Alleen Rutte was linke soep, want die wil kernafval onder de grond opslaan en daar voelen wij niets voor.” En voor ondergrondse CO2-opslag? “Absoluut”, was het stellige antwoord. 

Nieuwsarchief