Innovatie in Noord-Nederland is een kostbaar kasplantje

20 sep 2010

Als het gaat om gemiste kansen in innovatie op het terrein van groene energie, staan de windmolens met stip op 1. Deze molens, die tegenwoordig in bijna elk landschap zijn terug te vinden, waren ontwikkeld en uitgevonden door een Nederlandse ingenieur. Maar door gebrek aan belangstelling van de Nederlandse overheid is de techniek naar het buitenland, vooral Denemarken, verhuisd en importeert ons land nu de molens die hier een miljardenindustrie hadden kunnen worden. Met die gang van zaken in het achterhoofd probeert Energy Valley blunders te vermijden.

Want als een uitvinding internationaal eenmaal aanslaat dan kan dat een grote impuls betekenen voor de maakindustrie, en die blijft in Noord-Nederland altijd nodig. Voorbeeld van zo’n ‘product’ is een nieuwe versie van de biovergister.In bestaande vergisters wordt mest met zogeheten co-substraat, zoals maïs, te pruttelen gelegd, waarna bacteriën ervoor zorgen dat er een flinke dosis methaan uit vrijkomt.

‘Nadeel daarvan is dat er zoveel vraag is naar dat co-substraat, dat de prijs daarvan flink is gestegen’, vertelt Ruud Paap, senior project manager Groen Gas van Energy Valley. ‘Daarom zijn wij betrokken bij de uitrol van een tweedegeneratievergister die niet eens zozeer bedoeld is voor de gasproductie, maar vooral om het mestoverschot op te lossen.’

De essentie van deze vergister, ontwikkeld door Green Energy Technologies, is dat er alleen maar mest in gaat, en dat de doelstelling niet alleen maar de productie van groen gas is, maar ook het opwaarderen van de mest. Als die eenmaal is verwerkt, zijn mineralen omgezet in snelwerkende kunstmestvervangende producten en is het residu geschikt als bodemverbeteraar.

‘Voor boeren is dit zogeheten mestraffinageapparaat een uitkomst om hun mestoverschotteverwerken’, zegt Paap.‘Er komt per saldo minder methaan vrij, maar het is wel meteen van aardgaskwaliteit. En de lagere energieopbrengst wordt ruimschoots gecompenseerd door de kwaliteit van wat er verder uit komt.’

Zo ruimschoots zelfs, dat aanschaf van zo’n vergister ook kan zonder subsidie. Nu betaalt de Staat, via de regeling Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE), een bedrag per geproduceerde kWh of kubieke meter groen gas bij. Voor dit jaar is het geld op, maar in 2011 kunnen particuliere investeerders in wind-, zonneen biomassa-energie er weer op inschrijven.

Maar met een kabinet in aantocht dat hoe dan ook miljarden zal bezuinigen, is vertrouwen op staatssteun voor groene energie net zo verstandig als bouwen op drijfzand. Een traditionele vergistingsinstallatie produceert al gauw een paar dubbeltjes per kuub te duur.Als groen gas SDE-onafhankelijk kan worden geproduceerd, is die drempel eindelijk weg.

De rol van Energy Valley in dit project is om Noord-Nederland warm te maken voor dit systeem. Als alle veehouders er één zouden hebben staan, zou dat 1,5 miljard m3 groen gas opleveren. De landelijke ambitie is om over tien jaar 4 miljard m3 groen gas te produceren, waarvan ten minste 1 miljard m3 door vergisting en de rest door (industriële) vergassing. De vraag is alleen wat er moet gebeuren met het gas dat dan decentraal wordt geproduceerd.

Ook daar wordt binnen Energy Valley over nagedacht. Zo worden er in Noord-Nederland een vijf ‘Groen Gas Hubs’ gebouwd. Want als biogas uit vergistingsinstallaties bij boeren, industrie of afvalverwerkers wordt omgezet in elektriciteit, levert dat een rendementsverlies op van zo’n 60%. Tenzij de vrijkomende warmte wordt benut. Het is efficiënter om het gas op te waarderen tot aardgaskwaliteit en toe te voegen aan het gasnet. Op boerderijschaal is dat lastig maar enkele Noord-Nederlandse marktpartijen bieden een oplossing door te investeren in die vijf ‘Groen Gas Hubs’. Daar wordt het ruwe biogas verzameld, schoongemaakt, op de juiste calorische waarde gebracht en in het gasnet gepompt. Voor boeren in de omgeving betaalbaar en voor netbeheerder Gasunie een stuk overzichtelijker.

Lokale netten zijn ook bruikbaar om het decentraal geproduceerde gas op te vangen, maar dan mag die hoeveelheid niet te groot zijn. Daarom werken in Groningen onder meer Suiker Unie — dat uit zijn reststromen veel groen gas produceert —, Gasunie en Enexis samen. De bedrijven onderzoeken of het grootste deel van het Suiker Unie-gas direct naar het lokale net kan, waarna alleen het overschot het relatief kostbare compressieproces ondergaat om op het landelijke net te worden afgevoerd.

Slimme energienetwerken
Distributie van decentraal geproduceerde energie is ook het thema van zogeheten smart grids, in innovatief opzicht ook een stokpaardje van EnergyValley. Ook hier wordt de techniek ontwikkeld door marktpartijen, zoals Gasterra, dat een gasketel heeft ontwikkeld die ook stroom produceert die kan worden teruggeleverd aan het net. Smart grids zijn ‘slimme’ netwerken van dergelijke installaties en miniatuurelektriciteitscentrales die door ICTtechnologie met elkaar communiceren. Zo’n netwerk is erop gericht om dankzij goede afstemming van vraag en aanbod dan en daar stroom op te wekken en te verbruiken waar dat het meest efficiënt is.

Mark de la Vieter van Energy Valley is als technisch scheikundige en bedrijfskundige thuis in zowel de technische ontwikkeling als de commerciële toepassing ervan. ‘De rol van Energy Valley is subsidies te vinden voor de onrendabele top van dit soort systemen, om lokale overheden en het bedrijfsleven te enthousiasmeren voor deze systemen en deze te koppelen aan marktpartijen’, zegt De la Vieter. ‘Gemeenten kunnen ervoor kiezen bij de aanleg van nieuwbouwwijken, maar ze hebben zelf onvoldoende kennis in huis om dat te overzien.’

Inmiddels wordt er met het systeem geëxperimenteerd in Leeuwarden (zonne-energie) en in Hoogkerk, vlakbij Groningen, waar enkele tientallen huishoudens beschikken over gasketels van Gasterra en andere decentrale energieopwekkers. Technologie-instituut Kema heeft hier de eerste ‘pilot’ op dat gebied in Europa gerealiseerd. In Meppel heeft Energy Valley de gemeente, de energieleverancier en een corporatie bij elkaar gebracht om iets dergelijks in het groot uit te proberen.

Volgens De la Vieter is het een van de meest kansrijke exportproducten van Noord-Nederland, omdat deze besturingstechnologie hoe dan ook de komende tien jaar nodig is om de stroom van vele lokale windmolens en zonnepanelen op een efficiënte manier te benutten. Hij vindt het de taak van de overheid om hierin te blijven investeren omdat het op termijn een investering kan uitlokken die wereldwijd in de honderden miljarden loopt. ‘Je ziet de overheid nu op de rem trappen omdat het nog niet commercieel interessant is. De kosten worden daardoor bij de verkeerde partijen neergelegd.

Op de korte termijn levert het misschien niet zo veel op, maar op de lange termijn wel. Die taart is heel groot. Zelfs als je daar maar een klein stukje van krijgt, zou het nog een enorme stimulans zijn voor de noordelijke economie. Het zou zonde zijn als met dit project hetzelfde gebeurde als met windenergie. Nu zitten de molenbouwers allemaal buiten Nederland, als gevolg van kortzichtig economisch beleid.’

Bron: Financieel Dagblad

Nieuwsarchief