Emissiehandel kan kosten van kleinschalige biomassaprojecten verlagen

06 jun 2007

Uit een verkennende studie in opdracht van de Stichting Energy Valley blijkt dat de kosten van kleinschalige biomassaprojecten 10-30% lager kunnen uitvallen door een koppeling aan het Europese emissiehandelssysteem. Volgens de stichting JIN en JC, die de studie hebben uitgevoerd, zou dit voor de periode 2003-2006 een besparing van €36 miljoen per jaar hebben opgeleverd op de uitgaven voor de MEP-subsidie (2Milieukwaliteit Elektriciteit Productie).
Aanleiding voor de studie was de vraag in hoeverre kleinschalige duurzame energieprojecten in het noorden van Nederland kunnen profiteren van de verkoop van hun broeikasgasreducties aan installaties die aan het emissiehandelssysteem deelnemen. Door inkomsten te verkrijgen uit emissiehandel zijn projecten minder afhankelijk van publieke middelen en geeft het projectontwikkelaars en investeerders meer speelruimte om de exploitatie te optimaliseren.

De verkoop van binnenlandse CO2-reducties is in beginsel mogelijk via de zogenaamde Linking Directive van de EU. Via deze richtlijn kunnen CO2-credits afkomstig van projecten uitgevoerd via het Kyoto-protocol worden verkocht. Het is aan de lidstaten om te bepalen in hoeverre ze hiervan gebruik willen maken. In Nederland is bepaald dat installaties vooralsnog wel CO2-credits kunnen kopen van projecten in het buitenland (2via Joint Implementation en Clean Development Mechanism), maar niet van projecten uitgevoerd in Nederland zelf (2de zgn. domestic offsets).

De studie geeft aan dat een combinatie van CO2-credits en duurzame energie subsidies kan helpen bij het financieren van de onrendabele top van binnenlandse projecten. Twee duurzame energie projecten zijn in het kader van de studie doorgerekend. Hieruit blijkt dat de financiële bijdrage van emissiehandel, afhankelijk van de aannames in de berekeningen, kan variëren van circa 10 tot 30% van het ‘oude’ en het indicatieve nieuwe MEP-tarief. Voor de Nederlandse overheid zou dit een besparing kunnen opleveren op de uitgaven van een toekomstige MEP-regeling. In de studie is een voorzichtige schatting gemaakt waarbij de besparing op de MEP ongeveer €36 miljoen per jaar bedraagt voor de periode 2003-2006.

De studie is verkennend van aard. Nadere studie is vereist over onder andere de specifieke invulling van het systeem in de Nederlandse situatie, over de interactie tussen MEP en emissiehandel en de verwachte transactiekosten van CO2-credits.
Nieuwsarchief