'Nederland moet kiezen voor vier groene speerpunten'

14 jul 2009

In de Volkskrant pleiten drie duurzaamheidsdeskundigen voor een Nederlandse strategie die kiest voor vier groene speerpunten: offshore wind, smart grid, bio-based economy en groen gas/gasrotonde.
Onder de kop ’Kies voor "onze" groene technologieën’ publiceren zij op de opiniepagina van de Volkskrant hun pleidooi voor een ’klavervier’. De auteurs: Roebyem Anders, Jacco Kroon en Pier Vellinga.

Bijdrage op opiniepagina Volkskrant
Het is eindelijk tot de wereld doorgedrongen dat krachtige maatregelen tegen de klimaatverandering onvermijdelijk zijn. Daarbij zien steeds meer overheden en bedrijven dat het vraagstuk ook kansen biedt. Er ontspint zich een technisch-economische race rondom de oplossingen voor het klimaat.
In deze race werkt de kredietcrisis eerder als katalysator dan als remmende factor. Duurzame sectoren waren een van de belangrijkste ontvangers van stimuleringsmiljarden die overheden van Japan en Europa tot de VS over hun economieën hebben uitgestrooid. Green New Deal is nu al het buzzword – een woord zonder betekenis – van 2009.

De laatste duurzaamheidbarometer van adviesbureau PriceWaterhouseCoopers was wat dat betreft een teken aan de wand. Van de 270 grote Nederlandse bedrijven en organisaties die PWC in mei ondervroeg, heeft driekwart de duurzame inspanningen ondanks de malaise ongemoeid gelaten. Eenvijfde heeft initiatieven op het gebied van duurzaamheid zelfs geïntensiveerd sinds de kredietcrisis.
Dit werd niet ingegeven door de drang het groene bedrijfsimago op te poetsen; de drijfveer is commercieel succes. Zo verwachten de actiefste bedrijven dat hun duurzame strategie zal leiden tot betere prestaties en een betere concurrentiepositie en dat deze een cruciale rol zal spelen bij innovatie.
Het Nederlandse bedrijfsleven loopt zich dus warm voor de mondiale technisch-economische race. Maar hoe moet Nederland de overgang naar een duurzame economie versnellen en tegelijk economisch sterker uit de strijd komen? En hoe kan het duurzame momentum in het bedrijfsleven met goed gekozen beleid aangewakkerd worden?

Een goed startpunt zou zijn een duidelijke koppeling te leggen tussen klimaatbeleid en innovatiebeleid en daarbij heldere keuzen te maken. Voor die keuzen moet Nederland kijken welke duurzame technologieën en sectoren goed aansluiten bij de sterkste punten van de Nederlandse kennis- en bedrijfsinfrastructuur.
De aanwezigheid van exportkansen moet de belangrijkste lakmoesproef zijn bij de selectie van duurzame technologieën en ondersteunend beleid. Zo wordt niet alleen economisch de meeste munt geslagen uit het duurzame potentieel van ons land. Als we met dit criterium naar de Nederlandse kennis- en bedrijfsinfrastructuur kijken, komt er een ‘klavervier’ van kansrijke duurzame technologieën en sectoren bovendrijven.

De bouw en logistiek van offshore windparken: de werkeilanden en schepen die nodig zijn om funderingen te leggen voor windparken op zee, sluiten goed aan bij Nederlandse ervaring in de offshore-industrie. Ook op technologische aspecten van offshore wind, zoals onderhoud, rotorbladen en turbines heeft Nederland een internationaal sterke kennispositie.

Een proeftuin voor een smart grid: compacte omvang en sterke bedrijfs- en onderzoeksinfrastructuur op het gebied van elektriciteit, ict en warmte/licht maken ons land een aantrekkelijke plek om toepassingen rond slimme stroomnetwerken (2zoals de elektrische auto en decentrale opwekking van duurzame energie) op commerciële schaal te brengen.

Groen gas en de gasrotonde: als grootverbruiker en exporteur van aardgas bezit Nederland een schat aan kennis en een gasnetwerk dat zich door heel Noord-Europa vertakt. Dit geeft Nederland een goede uitgangspositie een duurzame vervanger van aardgas te produceren en zo haar rol als gasexporteur te handhaven en uit te breiden. Uitstekende mogelijkheden om gas en CO2 ondergronds op te slaan, versterken dit.

Bio-based economy: Groene grondstoffen (2biomassa, algen) hebben de potentie om fossiele grondstoffen op termijn te vervangen, als brandstof en als grondstof voor basischemicaliën. Behalve bioraffinage is hier ook de ontwikkeling en aanvoer van hoogwaardige biomassa voor nodig. Door de unieke combinatie van sterke chemische, agrarische en logistieke sectoren kan Nederland hier een voorsprong nemen.

Een goede eerste stap om bovenstaande klavervier te stimuleren, is bij duurzaam beleid ondubbelzinnig te kiezen voor de stimulering van de meest kansrijke technologieën en daar alle financiële prikkels en mogelijke wettelijke dwangmiddelen in te zetten en procedurele obstakels weg te nemen. Dit betekent dat Nederland afscheid zal moeten nemen van een traditie waarbij met te weinig middelen op te veel paarden wordt gewed. Het betekent ook dat Nederland een veel proactiever en dwingender nationaal beleid moet voeren.

Nederland neemt nu vaak een afwachtende houding in, maar Duitsland en Denemarken hebben laten zien dat een gericht nationaal beleid dat ver voorop loopt juist tot innovatie en nieuwe industrieën kan leiden. De Duitse solarsector zette in 2008 10 miljard euro om en bood werk aan 75 duizend mensen, volgens het Duitse ministerie van Milieu. Voor de Deense windsector stond de teller in 2008 op 11 miljard euro omzet wereldwijd en 28 duizend banen. Ook Nederlandse bedrijven voelen dit aan: 80 procent van de ondervraagden in de PWC duurzaamheidbarometer vindt dat het huidige kabinet te weinig duurzame ambitie uitstraalt. Als Nederland voordeel wil halen uit de overgang naar duurzame energie zullen wij ook bereid moeten zijn onze nek uit te steken en keuzen te maken.

Roebyem Anders en Jacco Kroon zijn duurzaamheidsconsultants bij Groene Golof. Pier Vellinga is hoogleraar aan Wageningen UR. Samen schreven zij de Beknopte Gids door de Klimaatdoolhof

Bron: Volkskrant, 13 juli

Nieuwsarchief