'Met een beetje goede wil kan Nederland een aardig duurzaam graantje meepikken'

23 jul 2010

De wereldmarkt voor duurzame energie groeit van EUR 340 mrd in 2008 naar EUR 800 mrd tot EUR 1.200 mrd in 2020. Als Nederland een beetje zijn best doet, dan strijkt het daarvan zo'n EUR 8 mrd tot EUR 13 mrd per jaar van op. Zonder extra stimulering komt de productiewaarde van de sector tussen de EUR 3 mrd en de EUR 5 mrd te liggen. Dat blijkt uit onderzoek van Roland Berger Stategy Consulants in opdracht van het ministerie van Economische Zaken en het Innovatieplatform.

Op basis van het onderzoek van de consultants trekt het Innovatieplatform een aantal conclusies en doet het een aantal aanbevelingen, waarvan de kern is dat Nederland "vooral veel te winnen heeft op het vlak van duurzame energie". Duurzame energie is een 'groeigebied' met "grote (groene) potentie, die met een gerichte aanpak beter benut kan worden". 'Grote groene potentie' wil volgens het Innovatieplatform zeggen economische potentie zonder "het belang van alternatieve energie bronnen voor een duurzame prijsconcurrerende energievoorziening voor ons land" uit het oog te verliezen.

Die economische potentie wordt voor de hier beschouwde duurzame energievormen dus geschat op EUR 8 mrd tot EUR 13 mrd per jaar in 2020. Beschouwd zijn "duurzame energie technologieën die direct bijdragen aan het vergroten van de economische activiteiten in Nederland". Buiten de boot vallen daarom energiebesparing (ondanks de mogelijk substantiële bijdrage die dit kan leveren aan duurzaamheidsdoelstellingen en de economie), CO2-afvang en -opslag (CCS) en andere CO2-reducerende maatregelen (omdat deze niet direct in de ontwikkeling van alternatieve energiebronnen voorzien en de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen niet direct reduceren), en ook kernenergie is buiten beschouwing gelaten.

Behalve de berekende directe bijdrage van tussen de EUR 8 mrd en EUR 13 mrd is er ook nog een indirecte bijdrage aan de Nederlandse economie te verwachten van EUR 20 mrd tot EUR 35 mrd. Indirecte bijdragen worden gegenereerd wanneer bijvoorbeeld de Nederlandse chemie- of landbouwsector profiteert van het duurzame energiebeleid.

Maar die mooie economische vergezichten worden niet licht bewaarheid, er is werk aan de winkel. Het is nodig dat Nederland zich begint te positioneren. Het is wijs om daarbij goed te kijken naar de posities die andere landen al hebben ingenomen. Volgens het Innovatieplatform moet Nederland "wegblijven uit gevestigde markten waar we geen positie hebben en op basis van aanwezige sterktes en industrie selectief instappen in nieuwe markten".

Bedoeld wordt: Nederland heeft geen bergen, dus vol inzetten op een positie op de waterkrachtmarkt is zinloos. Wel zinvol is inzetten op de bioketen (biomassa, biogas en biobrandstoffen), offshore wind, zon PV en micro-WKK. Van die eerste twee wordt door het Innovatieplatform een sterke economische bijdrage tot 2020 verwacht, die laatste twee gaan waarschijnlijk pas ná 2020 iets opleveren. Op alle vier de gebieden heeft Nederland een sterke kennispositie, zo luidt de aanname.

Het op het Roland Berger-rapport gebaseerde advies van het platform komt met een belangrijke bijsluiter: als Nederland de boot mist, gaat het geld kosten. Het vestigingsklimaat zal worden aangetast, door duurder wordende fossiele brandstoffen (waar Nederland vandaag voor 95% van afhankelijk is) raakt ook de concurrentiepositie van de (petro)chemische industrie verzwakt, wat vervolgens de positie van de zeehavens doet wankelen. Het omzetverlies waar het niet ontwikkelen van alternatieve energievoorzieningsbronnen toe leidt wordt geschat op EUR 10 mrd tot EUR 25 mrd.

Actie is dus vereist. "Creëer kennis, markt en richting" is een aanpak die wordt voorgesteld. Private investeringen moeten worden gestimuleerd met een langdurig stabiel investeringsklimaat. De organisatiegraad moet hoger -wat min of meer vanzwelf gaat wanneer de nu nog jonge duurzame bedrijfjes groeien en volwassen worden. Bovendien moet er meer focus en samenhang in het onderzoek komen. Die moet zich vooral richten op genoemde vier gebieden: bioketen, offshore wind, zon PV en micro-WKK. Het is daarbij wel belangrijk dat CCS geen blinde vlek wordt, alleen maar omdat Roland Berger die techniek buiten het onderzoek heeft gelaten.

Bovendien moet het allemaal snel. Het Innovatieplatform stelt dat de follow up van het advies pas geslaagd is als "voor het einde van dit kalenderjaar per gekozen focusgebied" de regie is geregeld (wie is aanspreekbaar op vorderingen), een roadmap is gemaakt, er duidelijkheid bestaat over de financiën en er een concreet publiekprivaat grootschalig demonstratieproject in de maak is.

Bron: Energeia

Nieuwsarchief