‘Gebrek aan overheidsregie bij exploitatie van leeg rakende gasvelden’

18 jan 2010

Wil Nederland in de toekomst maximaal profiteren van (bijna) lege gasvelden, dan moet de overheid veel meer de regie nemen. De tijd dringt, want reserves raken uitgeput en door internationale milieuregels en liberalisering van de gasmarkt wordt het beleid ten aanzien van gaswinning straks buiten Nederland gemaakt. Dat stelt prof.dr. Jan Willem Velthuijsen in zijn oratie op 19 januari bij de aanvaarding van zijn functie als hoogleraar Financiering en Controlling in de Energiesector aan de Rijksuniversiteit Groningen. Velthuijsen pleit voor een studie naar toekomstige exploitatiemogelijkheden van Nederlandse gasvelden.

Landen rondom de Noordzee profiteren al ruim een halve eeuw van de gasreserves in hun regio. Nog altijd leveren deze bodemschatten aanzienlijke rijkdom op. Maar de reserves beginnen uitgeput te raken. De vraag wat er met leeg rakende gasvelden moet gebeuren wordt steeds dringender – niet alleen voor overheden, maar ook voor de exploiterende bedrijven en andere belanghebbenden, zoals natuur- en milieuorganisaties.

Door alle ontwikkelingen en onzekerheden op de internationale gasmarkt, is de vraag wat er met leeg rakende gasvelden moet gebeuren bijzonder complex. “Wanneer het door internationale verdragen duurder wordt om CO2 uit te stoten, zal het aantrekkelijker worden om CO2 op te slaan in leeg rakende gasvelden, legt Velthuijsen uit. Technische ontwikkelingen zullen het bovendien mogelijk maken gas te winnen in velden waar dat nu nog onrendabel lijkt. Velthuijsen: “De tijd dringt. Nu nog kan de Nederlandse overheid beleid ten aanzien van gaswinning ten dele zelf vormgeven. Maar straks wordt de gasmarkt verregaand geliberaliseerd en worden beslissingen in Brussel, Moskou en elders genomen.”

In Nederland wordt onvoldoende gecoördineerd en gestructureerd nagedacht over de toekomstige exploitatiemogelijkheden van Nederlandse gasvelden, aldus Velthuijsen in zijn oratie. Een voorbeeld is de besluitvorming ten aanzien van onderhoud van pijpleidingen in de Noordzee. Velthuijsen: “Het grootste deel van de leidingen is tussen de jaren 1950 en 1970 aangelegd. We weten dat leidingen na zo’n dertig jaar óf vervangen óf afgeschreven moeten worden. De Nederlandse overheid toont echter weinig belangstelling voor deze materie. Het kan geen kwaad academisch onderzoek te doen op dit terrein, en deze vragen uit maatschappelijk oogpunt te beantwoorden.”

De gasvelden in de Noordzee worden geëxploiteerd door grote maatschappijen. In zijn oratie werpt Velthuijsen de vraag op of grote maatschappijen wel de expertise in huis hebben om leeg rakende gasvelden optimaal te exploiteren. Velthuijsen: “De technologie, de financieringsstructuur en de strategie van deze grote maatschappijen zijn gericht op het exploiteren van grote velden. Wat voor deze bedrijven het optimale resultaat is, is niet automatisch ook het optimale resultaat voor de samenleving. Kleinere, gespecialiseerde bedrijven zijn misschien veel beter in staat om de laatste restjes gas te winnen en velden te ontmantelen, of ze voor nieuwe bestemmingen te gebruiken, zoals opslag van gas en CO2.”

Als hoogleraar zal Velthuijsen enerzijds modellen ontwikkelen die overheden helpen hun beleid vorm te geven. Anderzijds zal zijn werk energiebedrijven nader inzicht geven in de waarde van de leeg rakende gasvelden. Ook wil de nieuwe hoogleraar in kaart brengen hoe de exploitatie van uitgeputte gasvelden het best beëindigd kan worden. Velthuijsen: “We hebben nog maar weinig ervaring met het ontmantelen van velden. Hoe moeten we zulke processen managen en monitoren? Ik wil onderzoeken of er uit, bijvoorbeeld, de ontmanteling van mijnen of kerncentrales lessen te leren zijn.”

Bron: Rijksuniversiteit Groningen, 15 januari 2010

Nieuwsarchief